thniemeijerLet op de vijgeboom…(1)
A. De vijgeboom…door God geplant.
Inleiding
Zowel in Matth. 24:32-33 als in Lucas 21:29-33 wijst de Here Jezus ons op de vijgeboom, een boom om van te leren
en om op te letten. Tijdens de “Rede over de laatste dingen” zat de Here Jezus op de Olijfberg, tegenover
Jeruzalem en leerde zijn discipelen dat Israël hét teken van de eindtijd is.

1. De vijgeboom
De wetenschappelijke naam van de vijgeboom luidt: Ficus carica ‘Domestica’. We hebben hier dus te maken met een
Ficus-achtige boom. Deze boom wordt in Israël zo’n zes tot acht meter hoog, heeft een bruin-grijzige, gladde stam
en grote hartvormige bladeren. Zijn hout is onbruikbaar, waardoor de vijgeboom alleen nuttig is voor de
vruchtopbrengst. De vijgeboom draagt soms drie keer per jaar vrucht. Vroeg in het voorjaar verschijnen reeds aan
het kale hout de vruchtbeginselen van de voor-vruchten, die in april rijp zijn, daarna verschijnen de veel
sappiger vroege-vruchten, die in juni geoogst worden en tenslotte draagt de vijgeboom in september de late-
vruchten, die minder sappig zijn maar wel voedzaam.
Israël wordt in de Bijbel niet alleen met een vijgeboom, maar ook met een olijfboom en en wijnstok vergeleken. De
vijgeboom als een beeld van Gods goedheid en trouw, de olijfboom als teken van licht verspreidend en de wijnstok
als teken van vreugde.

2. Israël uitgegraven
In Psalm 80:9-12 lezen we hoe de Here Israël uit Egypte uitgegraven heeft, volken verdreef en hem in toebereide
grond geplant heeft. Het uitgraven heeft te maken met een “losmakingsproces”, waar niet alleen Israël als volk,
maar ook Abraham en wijzelf doorheen moeten. Het geloofsleven van Abraham werd vier keer op wonderlijke wijze
beproefd en iedere keer had dit te maken met het loslatingsproces. Eerst moest Abraham zijn geboortestad Ur
loslaten, een beeld van het loslaten van de wereld. Daarna moest de Here hem van zijn neef Lot losmaken, die tot
dan toe steeds met hem meeging. Lot, die de zondige stad Sodom opzocht, is hierin een beeld van
wereldgelijkvormigheid, waarvan we ook losgemaakt moeten worden. Ten derde moest Abraham losgemaakt worden van
zijn zoon Ismaël, de zoon die hij naar het vlees verwekt had, waarmee duidelijk gemaakt wordt dat ook wij van de
werken van het vlees losgemaakt moeten worden. Tenslotte kwam de moeilijkste geloofsfase, waarin Abraham zelfs van
zijn eigen zoon Izaäk losgemaakt moest worden, toen hij de opdracht kreeg deze te offeren. Het is een beeld van
totale afhankelijkheid ten opzichte van God, waarin we zelf bereid zijn afstand te doen van, wat God ons
toevertrouwd heeft. Zo werden de wortels van Abraham en van Israël losgemaakt, een proces dat ook christenen
meemaken.

3. Israël geplant
Eerst werden, zoals Psalm 80 aangeeft, de andere volkeren uit het land Kanaän verdreven. Een gebeurtenis waar
menigeen misschien moeite mee zou kunnen hebben. Met dit verdrijven, ja zelfs het vernietigen van deze volkeren
werd echter Gods oordeel over de vreselijke zonden van deze volkeren voltrokken.(Genesis 15:16 en Psalm 106:37,38)
De volkeren waren, net zoals Sodom en Gomorra, rijp voor het oordeel, dat God via zijn volk Israël over hen
voltrok. Later zouden andere volkeren (Assyrië en Babel) Gods oordeel over Israël voltrekken.

a. Niet gezaaid, maar geplant!
Nadat de grond van stenen gezuiverd was kon de Here God zijn vijgeboom in de door Hem toebereide grond planten.
Het volk Israël is niet zomaar als een verdwaald zaadje door de wind meegenomen en per ongeluk in het land Kanaän
terechtgekomen om daar spontaan te ontkiemen. Nee, het volk is door de Here God heel bewust geplant (en gepland)
en dan wel precies op die plaats, waar Hij dit volk wilde hebben!

b. Waar geplant?
• Het land van God
In Exodus 15:17 staat: “Gij brengt hen en plant hen op de berg die uw erfdeel is; de plaats die Gij, Here, tot uw
woning gemaakt hebt; het heiligdom, Here, door uw hand gesticht”. Hier zien we dus heel duidelijk, dat de Here
zijn volk in het land geplant heeft, dat Hij uitgekozen heeft en dat zijn erfdeel is. In Leviticus 25:23 lezen we
de eenvoudige maar veelzeggende woorden van de Here God: “Het land is van Mij”. Hoewel vele volken het land
claimen als hun land, mogen we vanuit Gods Woord weten, dat het land aan God toebehoort en dat Hij dit land, naar
zijn belofte, aan zijn volk geeft.
• Een uitgezocht land
Ezechiël 20:6,15 vertelt ons, dat dit land een heel bijzonder land is. Het wordt een “sieraad onder alle landen”
genoemd. Het is een uitgezocht land, dat met geen enkel ander land te vergelijken is. Deuteronomium 8:7-10 laat
ons zien, dat het een land is van beken, bronnen en wateren, een land van tarwe en gerst, van wijnstokken,
vijgebomen en granaatappelen, een land van olierijke olijfbomen, een land waarvan de bergen ijzer en koper
bevatten en waar men in overvloedige rijkdom kan leven! Het is een land, dat met geen enkel ander land te
vergelijken is.
• Een centraal land
In Ezechiël 38:12 lezen we dat dit land, en met name Jeruzalem, op de “navel der aarde” ligt. Een navel vormt het
middelpunt van het menselijk lichaam. Zo ligt dit land in het middelpunt, het hart van de aarde. Op oude
middeleeuwse landkaarten zien we dan ook vaak Jeruzalem als het hart van de wereld afgebeeld met de drie toen
bekende werelddelen daar omheen: Europa in het Noord-Westen, Afrika in het Zuid-Westen en Azië in het Oosten.
Precies op het bruggenhoofd van deze drie werelddelen ligt het land Israël. Zo zien we dat het middelpunt, het
hart van de aarde, God toebehoort en dat Hij vanuit dit land en vanuit het volk Israël de wereld zal verlossen.
• Een gezegend land
Een navel spreekt niet alleen van het middelpunt maar ook van de navelstreng, waarmee een kind, vóór de geboorte,
aan de moeder verbonden is en via deze navelstreng alle vocht en voeding krijgt dit het kind nodig heeft. Zo leert
de Bijbel ons, dat via Jeruzalem een hemelse navelstreng ons met alle hemelse zegeningen verbindt. “Het heil is
uit de Joden” zegt de Here Jezus in Johannes 4:22 tegen de Samaritaanse vrouw. Alle Goddelijke zegeningen zijn, in
Christus, via Jeruzalem naar ons toegekomen. In Jeruzalem werd de mens met God verzoend, in Jeruzalem werd de dood
overwonnen, in Jeruzalem werd de Heilige Geest uitgestort, vanuit Jeruzalem werd voor het eerst het Evangelie
wereldwijd verkondigd en in de nabije toekomst zal in Jeruzalem de Here Jezus wederkomen om juist op deze plaats
zijn koninkrijk op te richten.

c. Hoe geplant?
In Psalm 80:10 lezen we, dat de Here zijn volk in toebereide grond geplant heeft. Hoe de grond toebereid werd
lezen we in Jesaja 5:12. We lezen hier, dat Israël op een vruchtbare heuvel geplant werd, een heuvel die omgespit
- en van stenen gezuiverd werd. De heuvel werd met edele wijnstokken beplant, die door een muur beschermd werden.
Een toren om de wijngaard te bewaken en een perskuip voor de oogst werden als laatsten aan de wijngaard
toegevoegd. Alles wat aan de wijngaard gedaan moest worden om vrucht te verwachten was gedaan…maar de vrucht bleef
uit!

d. Waarom geplant?
• Om voor God vrucht te dragen
De Here God heeft zijn volk Israël in zijn erfdeel geplant om vrucht te dragen. Vruchten in overeenstemming met
Gods plan. Vijgen, als voedsel voor de wereld, olijven om een licht te zijn en druiven om een vreugde voor Gods
aangezicht te zijn. Door middel van het vrucht dragen komt de Here tot zijn doel met zijn volk.
• Om God te openbaren
Door middel van zijn volk Israël wilde de Here God aan de overige volkeren laten zien, wie Hij is. Hij wilde zijn
almacht, zijn liefde, zijn heiligheid, maar ook zijn rechtvaardigheid aan de volkeren tonen en daarvoor had Hij
het volk Israël afgezonderd om Zich door dit volk te openbaren. Zo zien we bijvoorbeeld, dat de volkeren bijzonder
onder de indruk waren door de uittocht vanuit Egypte. Veertig jaar later hadden ze het in Jericho er nog over en
waren ze vol ontzag voor die machtige God. Via Israël heeft de Here Zich op een machtige manier geopenbaard aan
koning Nebukadnezar, de koning van Babel. Dit zijn twee voorbeelden die aangeven hoe de Here dit volk gebruikt
heeft om zich aan de volkeren te openbaren.
• Om een priesterlijk volk te zijn (Exodus 19:5-6)
Israël is geroepen om de taak van priesters te vervullen. De priesters behoren te onderwijzen, te offeren en als
middelaar tussen God en mensen te staan. Gedeeltelijk is dit reeds in vervulling gegaan. Het Woord Gods, om ons te
onderwijzen, is via Israël tot ons gekomen. Het waren Joden, die Gods Woord schreven, bewaarden en aan ons
overgeleverd hebben.
Daarnaast hebben ze in het verwerpen van de Messias hun taak als priesterlijk volk verricht. In het offer van het
Lam Gods, hebben ze als priesterlijk volk, onwetend, het belangrijkste offer gebracht, waardoor de zonde der
wereld weggenomen wordt.
Tenslotte zien we heel duidelijk, dat Israël in bepaalde mate een middelaarstaak als priesters vervuld heeft. Deze
middelaarstaak zal in de toekomende dagen volkomen worden, wanneer God zijn volk gaat zegenen en Israël een zegen
voor de gehele wereld worden zal.
• Om Gods koninkrijk te zijn
In Exodus 19:6 roept de Here het volk Israël tot “zijn koninkrijk”. Temidden van de wereld, die na de zondeval in
de handen van de duivel overgegeven is, sticht de Here God zijn koninkrijk om uiteindelijk vanuit dit koninkrijk
de heerschappij van God op aarde te herstellen. Het is niet de kerk, die het koningschap van God op aarde
herstelt, maar Israël, van waaruit het Koninkrijk der Hemelen de aarde zal vervullen. Het is met name de kerk, die
een hemelse roeping met hemelse zegeningen gekregen heeft en Israël, dat een aardse roeping met aardse zegeningen
gekregen heeft. In Handelingen 1 kunnen we lezen, dat het koninkrijk Gods alles te maken heeft met het “herstel
van het koningschap voor Israël”. Het koningschap voor Israël zal hersteld worden, wanneer de Koning der Joden zal
wederkomen en door zijn eigen volk als zodanig herkend en erkend zal worden. Dan zal Hij Zich op de troon van
David zetten en vanuit Jeruzalem zijn koningschap over de gehele wereld vestigen. Nergens kunnen we in Gods Woord
lezen, dat de Here Jezus de koning van de kerk is! De kerk zal juist met haar Here als koningen regeren. 1 Petrus
2:9 leert ons dat de gelovigen geen koninkrijk, maar een “koninklijk geslacht” vormen. We hebben door de
wedergeboorte koninklijk bloed in onze aders gekregen om samen met Hem te regeren.
Zoals de aarde nu door de overheden en machten in de hemelse gewesten geregeerd wordt, zo zal de gemeente dan ook
vanuit die zelfde plaats over de aarde regeren.