De laatste tijd kregen we als gemeente regelmatig te maken met broeders en zusters die door dethniemeijer Here thuis gehaald werden.
Daarbij kreeg ik met situaties te maken, waarbij men weinig tot niets van te voren geregeld had.
Natuurlijk gaat het hier om dingen waar je liever niet te veel bij stil staat, maar toch is het uiterst belangrijk om het één en ander duidelijk op papier vastgelegd te hebben, zodat de nabestaanden weten wat er van hen verwacht wordt.

We denken hierbij aan de beslissing van begraven of cremeren, welke liederen, Bijbelgedeelten, locatie van de dienst.
Ook is het belangrijk om over het overlijdensbericht na te denken dat men gaat versturen, een grafsteen ja of nee en welke tekst daarop komt te staan, enz. Neem hier toch de tijd voor, zodat uw nabestaanden weten waar ze aan toe zijn.

Hieronder volgt een artikel dat ik jaren geleden voor Het zoeklicht schreef om aan te tonen hoe we als christenen met crematie om behoren te gaan.

Italië, het moederland van de crematoria genoemd, kreeg in 1873 haar eerste crematorium te Milaan. Spoedig volgde Gotha in Duitsland.
In Nederland zou het nog tot 1913 duren voor het crematorium “Westerveld” bij Velsen werd geopend.

Op 1 april 1914 werd Dr. C.J. Vaillant, een voortrekker van de Vereniging voor Facultatieve Lijkverbranding, als eerste gecremeerd. Vanaf 1914 werd crematie in Nederland oogluikend toegestaan.
In 1968, kwam het tot een volledige gelijkstelling tussen begraven en cremeren.
Momenteel is het zo, dat meer dan 20% van de overledenen in Nederland gecremeerd wordt. Men verwacht dat dit percentage in de toekomst tot 50% zal oplopen.

Al in de griekse oudheid vonden deze plechtigheden plaats in de openlucht. Men meende, omdat het lichaam gold als kerker voor de edele ziel, de verhaaste vernietiging van het lichaam, de bevrijding van de ziel des te volkomener deed uitkomen.
Bij de Romeinen kende men de lijkverbranding ook, hoewel het alleen op de lichamen van keizers werd toegepast. De plechtigheid was veel te kostbaar voor de gewone man.
Onder de Germanen vinden we de verbranding van doden omstreeks 1000 v. Chr.

Het is wel interessant om te weten, dat overal waar het Christendom haar intrede deed, steeds meer de begraving de plaats van de verbranding der doden innam.

Onder de regering van keizer Constantijn de Grote was overal in zijn rijk, na diens overgang tot het Christendom, dat toen staatsgodsdienst werd, de crematie verboden.

Toch werd de verbranding blijkbaar nog hier en daar gehandhaafd.
In 785 n. Chr. vaardigde Karel de Grote het Capitulare Paderbrunnense uit, waarin het aan ieder op straffe des doods verboden werd een dode “volgens de rite der heidenen” (zoals hij het noemde) te cremeren.

Wat de Rooms Katholieke kerk betreft, is het verzet van deze kant het langst unaniem en fel gebleven tegen de lijkverbranding.
Te begrijpen, want de beweging van de Vrijmetselaars, in Italië midden 19e eeuw opgekomen, kreeg bij de propagering van de crematie succes.
Het mag bekend zijn, dat de Rooms Katholieke kerk deze beweging zeer fel heeft bestreden en in de opkomst ervan een aanslag zag op het heilig Katholiek geloof.

In 1963 ging echter de Rooms Katholieke kerk overstag en liet crematie toe, mits deze niet verkozen werd uit verachting van of verzet tegen het Katholieke geloof.

De Protestants-orthodoxe kringen hebben zich steeds tegen crematie verzet. In Vrijzinnig-protestantse kringen is de crematie volledig geaccepteerd.

In 1961 heeft de generale synode voor Gereformeerde Kerken uitgesproken, dat de begrafenis de wijze moet zijn, maar dat de kerkeraden etc. vrij tegenwoordig mogen zijn bij crematieplechtigheden.
Het gevolg van deze ontwikkeling is, dat het aantal gecremeerden dat wel bij een kerk was aangesloten de laatste tijd enorm is toegenomen.


- Argumenten die genoemd worden:
 

  • Cremeren is hygiënischer dan begraven. Een kerkhof kan een gevaar voor de volksgezondheid opleveren.
  • Cremeren is economisch voordeliger dan begraven. Men behoeft geen dure kist, geen dure grond en dure steen en onderhoud van de graven is er niet bij.
  • Cremeren dient de ruimtelijke ordening beter dan begraven. Wij hebben toch als weinig grond in ons propvolle landje beschikbaar.
  • Cremeren is esthetischer dan begraven. Wie aan een graf wordt toevertrouwd gaat tot ontbinding en rotting over. Tijdens een crematie wordt alles binnen anderhalf uur gereduceerd tot de fijnste poedervormige as.  

Tot zover de vier argumenten die ter verdediging van de crematie worden aangevoerd.
Wie het in twee woorden wil zeggen mag dat ook: de bezorging van de doden moet in onze wereld zindelijk en zakelijk geschieden.
Dat zijn de woorden die precies passen bij de moderne mens.
We leven in een wereld, die haar doden op de gezondste, goedkoopste en netste wijze verzorgt.
Zouden dit werkelijk vier doorslaggevende argumenten moeten zijn?

- Het is eenvoudig deze argumenten te weerleggen:

  • Geen enkel kerkhof in Nederland levert voor de volksgezondheid enig gevaar op.
  • Economisch gezien: geen mens, die uit liefde en piëteit zijn laatste verplichtingen jegens de overledenen nakomt, zal door het argument van de financiën  voor cremeren en tegen begraven kiezen. We geven dan voor heel wat minder belangrijker zaken handen vol geld uit, en dan wordt het wel erg onwaarschijnlijk dat mensen met enige diepgang alleen op financiële gronden zullen kiezen voor crematie.
  • Wat de ruimte voor het begraven betreft, geen enkele gemeente in Nederland heeft met een tekort aan grond voor een kerkhof te kampen.
  • Tenslotte het esthetische. Is crematie zoveel esthetischer? Negenhonderdnegenennegentig van de duizend mensen kijken niet in een graf maar evenmin in de oven als een proces zich voltrekt. Laten we met onze esthetische argumenten maar uit de buurt van de dood en onze doden blijven.

- Maar wat zegt de Bijbel hiervan?
Kunnen we argumenten in de Bijbel vinden die de crematie rechtvaardigen? Nee.
Kunnen we in de Bijbel een tekst vinden waar uitdrukkelijk de crematie verboden wordt?? Nee.
Maar het feit, dat iets niet nadrukkelijk verboden wordt, betekent voor ons christenen allerminst dat we het “daarom dus” wel mogen doen!

De Bijbel laat ons niet in het ongewisse wat betreft het lichaam.
In 1 Cor. 6:19,20
kunnen we lezen, dat ons lichaam niet van ons zelf is, maar dat we God moeten verheerlijken met ons lichaam.
Dit geldt ook voor na de dood!
Ook dan
draagt het lichaam het merk van God en behoort Hem toe.
We mogen niet zomaar met dat lichaam doen wat we willen.

De keren, dat we in de Bijbel iets lezen over het verbranden van lichamen heeft het altijd te maken met het oordeel van God. In Amos 2:1 lezen we, dat God op Moab vertoornd raakte omdat ze het gebeente van Edoms koning tot kal verbrand hadden!

Achan moest met zijn gezin verbrand worden als een goddelijk oordeel. Nog veel meer voorbeelden zijn aan te halen vanuit het Oude Testament.

Ook de plaats waar iemand begraven moest worden was voor hen belangrijk. Denk b.v. aan Jozef, Gen 49:25, die de zonen van Jacob deed zweren, zijn gebeente mee te nemen naar Kanaän.
De reden hiervoor kunnen we vinden in de beloften waarmee God zich aan het volk Israël verbonden had: “Aan u en uw zaad, zal Ik dit land geven”.
Niet een menselijk voelen, zoals bij de heidenen, maar Gods geopenbaarde Woord was de grond, het uitgangspunt van hun handelen.
Hun begrafenis was een getuigenis van de hoop die zij hadden.

- Hiermee komen we bij de kern waar alles om draait.

Het achtergebleven lichaam heeft met de toekomst te maken en niet met het verleden!
Begraven is niet de laatste handeling in verbinding met het aardse leven, het is de eerste handeling in verbinding met de toekomst.
Het is een handeling met profetische inhoud.
De Bijbel is hier duidelijk over. 1 Cor. 15:42-49.

Begraven is zaaien en zaaien is niet een handeling die het verleden afsluit, zaaien doet men met het oog op de toekomst.

Het bovengenoemde is voldoende om iedere christen duidelijk te maken wat de begrafenis inhoudt: Een machtig, profetisch getuigenis aangaande de toekomst, die God ons in de Bijbel in het vooruitzicht heeft gesteld.
Dat op zichzelf moet voor de gelovige al genoeg zijn om elke gedachte aan crematie af te wijzen.
Welke aanleiding bestaat er voor een christen om dit profetisch symbool voor een ander symbool te verwisselen, n.l. door dat van Gods oordeel waarvan de verbranding een beeld is?

- Voorbeeld van Christus in 1 Cor. 15:3,4.

“Christus is gestorven voor onze zonden naar de schriften en Hij is begraven en ten derde dage opgestaan naar de schriften”.
De Heilige Geest deelt deze drie feiten op een opmerkelijke manier in.
De indeling is niet in drieën, maar in tweeën.
De tweedeling
wordt bewerkt door de tussenvoeging “naar de schriften”.

Welnu als de begrafenis de afsluiting zou zijn van het aardse bestaan, dan had de tekst, zoals voor de hand ligt, het volgende gezegd:

  • Christus is gestorven en begraven, naar de schriften
  • en Hij is ten derde dage opgestaan, naar de schriften …

Zo zouden u en ik het zeker geformuleerd hebben.
Maar de Schrift luidt anders, n.l.:

  • gestorven, naar de schriften
  • begraven en opgestaan, naar de schriften

Ziet u de les?
De begrafenis hoort niet bij het sterven.
Het is niet het “laatste!”
De begrafenis hoort bij de opstanding!

Begraven betekent daarom dus niet aan de vernietiging prijs geven, maar zaaien met het oog op de grote oogstdag van de wederopstanding.
Het afsterven van het graan is voorwaarde voor een nieuwe vrucht.
Zo ook het vergaan van het lichaam in de “dodenakker”, als voorwaarde voor de opstanding.

Graag nog een laatste opmerking van Prof. Ruler:
“Opstanding is meer dan een terugkeer uit de dood. We zijn niet puur een nieuwe schepping.
Er is, grondeloos voor ons verborgen, samenhang tussen het zaad, dat gezaaid wordt en de plant die groeit.
Wij zijn het werkelijk zelf, die door God in de dood bewaard worden om op te staan ten eeuwige leven”.

Informatiebronnen:
“Crematie Bijbels verantwoord?” door J.Ph. Fijnvandraat.
Artikel in visie door Prof. Dr. J. Douma.