C. De vijgeboom draagt vrucht…thniemeijer

In Jesaja 11 lezen we niet alleen dat de oude tronk van Isaï opnieuw zal uitlopen, maar ook vrucht zal gaan
dragen. Dit zelfde beeld zien we ook bij de staf van Aäron (Numeri 17), die als dood stuk hout voor Gods
aangezicht neergelegd werd, waarop deze staf drie wonderen onderging:
1. Het hout van de staf blijkt amandelhout te zijn
De amandelboom heeft te maken met het feit, dat de Here over zijn woord waakt Jeremia 1:11). De amandelboom bloeit
in Israël als de eerste der vruchtbomen (eind Januari), wanneer de andere bomen nog in de winterslaap zijn. Zo is
de amandelbloesem beeld voor het ontwakende nieuwe leven, het wakker zijn. De Hebreeuwse woorden: wakker zijn en
amandel zijn gelijk. Ook op de kandelaar in de tempel vinden we de amandelbloesem terug.
Het zou best mogelijk kunnen zijn, dat de staf van Aäron oorspronkelijk helemaal geen amandelstok geweest is, maar
dat deze door een Goddelijk wonder in een amandelstok veranderde en daarmee een nieuwe natuur kreeg. Dit wonder
van wedergeboorte zal immers ook met het volk Israël plaats vinden!
2. Het dode hout ging leven en uitlopen.
3. De staf ging ook vrucht dragen.
Dit zelfde wonder zal zich ook aan Israël voltrekken. Het volk zal een nieuwe natuur ontvangen, het zal tot leven
verwekt worden en uiteindelijk ook vrucht dragen.

1. Israël ontvangt vergeving

“Ik zal hun ongerechtigheid en hun zonde niet meer gedenken” (Jeremia 31:34)
• Ze zullen de ”Doorstokene” zien (Zacharia 12:10)
• Een ontzondigingsbron zal geopend worden (Zacharia 13:1)
• Het gevallen volk zal weer opstaan (Micha 7:8)
• Het verduisterde volk wordt weer verlicht (Micha 7:8)
• De zonden worden in de diepten der zee geworpen (Micha 7:18-20)

2. Israël ontvangt een nieuw verbond

“Lo Ruchama (zonder ontferming) wordt dan Ruchama (ontferming) en Lo Ammi (niet mijn volk) wordt dan Ammi (mijn
volk)”. (Hosea 1 en 2)

“De dagen komen, dat Ik met het huis Israëls een nieuw verbond zal sluiten…”
(Jeremia 31:31-34)

Het oude verbond Het nieuwe verbond
• Sinaï Sion
• Stenen tafelen Tafelen van het hart
• “Gij zult” “Het is volbracht”
• Dood Leven

3. Israël ontvangt een nieuw hart

“Een nieuw hart zal Ik u geven…”(Ezechiël 36:24-28)
• Het verlangen van David “schep mij een rein hart, o God” (Psalm 51:9-15) zal dan in vervulling gaan voor
Israël.
• Het hart van Israël was vet geworden (Mattheüs 13:15).
• Het hart van de verbrijzelde zal weer opleven (Jesaja 57:15)
Zoals het hart van Jacob, dat onder de mededelingen van zijn zonen over Jozef koud bleef, maar later, toen hij
alles zag wat ze vanuit Egypte meegenomen hadden, opleefde, zo zal het hart van Israël ook opleven wanneer ze gaan
beseffen, dat hun Jozef leeft en de Grote Koning is! (Genesis 45:25-28)

4. Israël ontvangt een nieuwe Koning

“Mijn knecht David zal koning zijn…” (Ezechiël 37:24)
• God had Israël tot zijn koninkrijk geroepen. (Exodus 19:6)
• Israël had God als koning verworpen. (1 Samuël 8:7)
• God had Zelf een koning uitgezocht! (1 Samuël 16:1)
• God zal Hem de troon van David geven. (Lucas 1:32)
• Het koningschap voor Israël zal hersteld worden, maar wanneer en hoe, gaat ons niet aan. (Handelingen 1:6)
• De ogen van het volk Israël zullen de Koning in zijn heerlijkheid zien. (Jesaja 33:17)

5. Israël, een zegen voor alle volken

“Als dauw te midden van de volken…” Micha 5:6-7)
• Het heil is uit de Joden en dit geldt ook voor de toekomst (Johannes 4:22)
• Hun val heeft al zoveel rijkdom voor de wereld teweeg gebracht…hoeveel meer hun volheid! (Romeinen 11:12)
• De Here zegende het gehele huis van Potifar (Genesis 39:5) en later geheel Egypte om der wille van Jozef.
Zoals Jozef een zegen om zich heen verspreidde, zo zal ook Israël een wereldwijde zegen verspreiden.
• De vloek zal in zegen veranderen. (Zacharia 8:13-23)
• Israël zal het grote zendingsvolk worden en alle bewoners der aarde zullen de Here door dit volk leren
kennen. (Micha 4:1-3 en Jesaja 2:2-4)
• Vanuit Jeruzalem zullen levende wateren stromen. (Zacharia 14:8)

Uiteindelijk komt God tot zijn doel met Israël:

“Niet om uwentwil, maar om mijn heilige naam…” (Ezechiël 36:22,32)

“Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn wegen…” (Romeinen 11:33-36)