A. De vijgeboom…onvruchtbaar en verdord…thniemeijer

1. De oorzaak van vruchteloosheid
In Jeremia 17:5-8 wordt ons iets over de oorzaak van vruchteloosheid verteld. De “zegen en de vloek”, die Mozes
het volk Israël voorhield (Deuteronomium 28) wordt nu in het beeld van een kale struik in de steppe en een groene
boom aan het water geplant door de profeet Jeremia verduidelijkt. We moeten deze vergelijking lezen met het oog op
de geestelijke situatie van het volk Israël tijdens het optreden van Jeremia.

“Zo zegt de Here: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt, wiens hart van de
Here wijkt; hij toch zal zijn als een kale struik in de steppe, die het niet merkt als er iets goeds komt, maar
staat in dorre oorden in de woestijn, een ziltachtig, onbewoond land.
Gezegend is de man, die op de Here vertrouwt, wiens betrouwen de Here is; hij toch zal zijn als een boom, aan het
water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt, als er hitte komt, maar welks loof
groen blijft, die in een jaar van hitte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen”.

Naar aanleiding van het bovenstaande tekstgedeelte kunnen we de volgende vergelijking maken:
Jeremia 17:5-8
• vervloekt - gezegend
• vertrouwt op mensen - vertrouwt op God
• in de steppe geplant - aan water geplant
• merkt het goede niet - merkt geen hitte
• kaal - altijd groen
• vruchteloos - voortdurend vruchtdragend

De belangrijkste oorzaak van de vruchteloosheid van Israël wordt in het hierboven geschetste beeld aangegeven:
Israël vertrouwde meer op mensen dan op hun God.
In de geschiedenis van Israël zien we keer op keer deze situatie ontstaan. We denken hierbij o.a. aan het boek
Richteren, waarin we kunnen lezen dat het volk Israël steeds maar weer, op momenten dat het voorspoedig ging, God
verliet en op mensen vertrouwde.
Juist in de tijd van Jeremia was dit Godsvertrouwen onder het volk Israël niet meer te vinden en wordt het volk nu
met deze kale struik vergeleken. Hoewel Israël bij de roeping van Mozes met een brandende braamstruik vergeleken
werd, die midden in het vuur fris en groen bleef, zien we in dit beeld niet veel meer hiervan terug.
Israël is door zijn ongehoorzaamheid onder de vloek terechtgekomen en als een vruchteloze, kale struik in dorre
oorden van de woestijn terechtgekomen. De kale struik is een beeld van de dood, waarin Israël terechtgekomen is.
Ezechiël vergelijkt deze situatie met een dal, vol met dorre doodsbeenderen (Ezechiël 37). Zo dor en dood werd de
situatie van Israël, een situatie waarin ook al het goede onopgemerkt aan hen voorbij ging. We lezen hierover in
Jesaja 6:9-10 “Ogen die niet zien, oren die niet horen, een hart dat niet opmerkt!” De Here Jezus weende over
Jeruzalem en zei, dat ze de tijd niet opgemerkt hebben, dat God naar hen omzag! (Lucas 19:44) Inderdaad is Israël
tot deze kale struik verworden, die zelfs het goede dat tot hen kwam niet heeft opmerkt!


2. Het doel vrucht dragen
“Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt” (Johannes 15:8).
Vrucht dragen is niet ter verheerlijking van de boom of plant die de vrucht draagt, maar ter verheerlijking van de
Landman, die de boom geplant, verzorgd en gesnoeid heeft. Het gaat er om, of Hij tot zijn doel kan komen met zijn
volk Israël en daarnaast natuurlijk ook met ons persoonlijk leven.
Gods doel met Israël was:
“Gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn” (Exodus 19:6)
Zoals we in de vorige studie zagen, hebben we hier met een twee-voudig doel te maken:
• Koningschap (God wilde zijn koningschap door Israël heen openbaren)
• Priesterschap (Vanuit Israël wilde God zijn heil openbaren)
Vrucht dragen is niet een zware last, maar het geeft juist vervulling in het leven, God komt tot zijn doel met ons
leven!

3. Voorwaarden om vrucht te kunnen dragen
In de Bijbel vinden we een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden om tot vrucht dragen te komen. Zo vinden
we in Gods Woord de volgende condities:
• Een goede Landman (Johannes 15:1)
Een goede landman is allesbepalend voor een goede opbrengst. Hij weet precies, wat nodig is om tot vrucht dragen
te komen. De boom mag zich aan hem toevertrouwen.
• Een goede boom (Mattheüs 7:17-18)
Een wilde vijgeboom kan alleen wilde vijgen voortbrengen en een wilde olijfboom alleen wilde olijven. Om goede
vrucht voor te kunnen brengen is een verandering van de natuur noodzakelijk. We moeten hier aan wedergeboorte
denken. Alleen wedergeboren mensen kunnen voor de Here God vrucht dragen en zo zal Israël ook na de wedergeboorte
pas echt vrucht dragen.
• Goede grond (Colossenzen 2:7)
In dit vers kunnen we lezen, dat we geworteld in Christus mogen zijn. We behoren onze wortels in Hem uit te
strekken, want vanuit Hem ontvangen we alles wat nodig is om vrucht te kunnen dragen. Daarbij vinden onze wortels
bij Hem ook de vastheid, die we nodig hebben om in moeilijke momenten overeind te blijven.
• Goede voeding (Jeremia 15:16)
Voordat de Here het prachtige land Kanaän aan zijn volk gaf gebood Hij hen, om voortdurend zijn Woord te
onderzoeken (Jozua 1:7-8). Dit Woord wordt verschillende malen als voedsel omschreven, dat alle bouwstoffen in
zich bevat die nodig zijn om vrucht te dragen.
• Goede watertoevoer (Psalm 1:3)
Wanneer geen water voorradig is, dan is al het voorafgaande overbodig. Zonder water is leven en vrucht dragen
onmogelijk. Toch lezen we van Israël, dat ze “de bron van levend water, de Here, verlieten” (Jeremia 17:13),
waarmee de reden van hun vruchteloosheid aangegeven werd.
• Een goed klimaat (Deuteronomium 32:10)
Ook een goed klimaat leidt tot vrucht dragen. Om de meeste boomgaarden zien we een omheining staan, waardoor de
vruchtbomen beschut staan. In het bovenstaande Bijbelgedeelte wordt gezegd, dat de Here op Israël lette en hem
beschutte. In de schaduw van de Almachtige en onder zijn beschuttende vleugels is de plaats om vrucht te dragen.
• Een goede bestuiving (Genesis 1:2)
We lezen hier, dat de Geest van God over de wateren zweefde. Alleen door het werk van de Heilige Geest, kunnen we
vrucht dragen. Vrucht dragen doe je niet helemaal alleen, daar heb je ook elkaar voor nodig. Kruisbestuiving vindt
plaats, wanneer in de gemeente broeders en zusters elkaar nodig hebben en zo op elkaar aangewezen zijn.
Afhankelijkheid ten opzichte van elkaar leidt tot vruchtdragend geloofsleven.

4. Geroepen om vrucht te dragen
We hebben in Jesaja 5:1-2 gezien we hoe het volk Israël als edele wijnstokken op een vruchtbare, van stenen
gereinigde heuvel gepland werd. De wijngaardenier had er alles aan gedaan, wat gedaan moest worden en verwachtte
dan ook dat de wijngaard goede druiven voort zou brengen, maar helaas, ze bracht wilde druiven voort!
Zo lezen we in Lucas 13:6-9 een vergelijkbare situatie. Het gaat hier over iemand, die een vijgeboom bezat, die in
zijn wijngaard geplant was. Na drie jaar tevergeefs naar vrucht gezocht te hebben, besloot hij de boom om te
hakken, waarop de wijngaardenier om één jaar uitstel vroeg. Als de boom in het vierde jaar ook geen vrucht zou
dragen, dan zou de boom toch omgehakt moeten worden. Ook deze gelijkenis wordt verteld met het oog op de
onvruchtbare situatie van Israël.
Een paar opmerkingen:
• “Iemand bezat een vijgeboom”…laten we nooit vergeten, dat de vijgeboom het bezit van de Here God is! Het
is zijn volk, ook in de onvruchtbare periode door alle eeuwen heen.
• De vijgeboom was in de wijngaard geplant, waarmee aangegeven werd, dat de opbrengst van de vijgeboom voor
de tempeldienst bestemd was. De vijgeboom was dus niet alleen van, maar ook voor de Here God.
• Hij zocht drie jaar vrucht, waarop we hierna uitvoeriger terug zullen komen.
• Deze geschiedenis heeft niet een definitief, maar een open einde. Hoe zou het toch na dat vierde jaar met
de vijgeboom afgelopen zijn?

5. Op zoek naar vrucht
In Mattheüs 21:18-20 zien we dat de Here Jezus in een, aan de weg staande, vijgeboom naar vrucht zocht. Hij vond
echter alleen bladeren, waarop Hij de vijgeboom vervloekte en de boom terstond verdorde.
Het feit dat Hij alleen bladeren vond duidt op de uiterlijke vroomheid, die Hij in Israël vond. Aan de buitenkant
zag het Joodse leven er allemaal erg godsdienstig uit, maar het droeg geen vrucht.
In de gelijkenis uit Lucas 13 lezen we, dat hij achtereenvolgens drie jaar naar vrucht zocht. We weten dat de Here
Jezus drie jaar in de openbaarheid gewerkt, geleerd, maar ook naar vruchten gezocht heeft. In deze drie jaar vond
Hij bij zijn eigen volk wel veel uiterlijke vroomheid maar vrijwel geen geloof.
In Mattheüs 21:33-46 lezen we over de eigenaar van een wijngaard, die tot drie maal toe slaven naar de pachter
zond om de vruchten in ontvangst te nemen. De eerste twee keren zond hij zijn slaven en de derde keer zond Hij
zijn eigen Zoon! Maar ook na deze derde keer weigerden ze hem de vruchten te geven, ze hadden zelfs zijn Zoon
gedood!
In Lucas 15 zien we zelfs een Drie-Enig God op zoek naar de verloren mens. De Vader, Die naar de verloren zoon
uitkeek, de Goede Herder (Zoon), Die zijn verloren schaap zoekt, en de lamp, die aangestoken wordt (Heilige
Geest), waarmee de verloren penning gezocht en gevonden wordt.

6. Gods oordeel over vruchteloosheid
De onvruchtbare vijgeboom werd niet uitgegraven, maar omgehakt. Er bleef dus een wortel achter. Zo lezen we in
Marcus 11:20, dat de vijgeboom tot aan de wortel verdorde, ook hier bleef dus de wortel over.
Over deze wortel lezen we in Jesaja 6:13 “Evenals van een terebint en een eik na het vellen een tronk overblijft,
zo zal zijn tronk een heilig zaad zijn”.
In Jesaja 11:1 lezen we dan, dat vanuit deze tronk een rijsje, een scheut tevoorschijn zal komen, die wel vrucht
zal dragen.
Hoewel de boom omgehakt werd, of, zoals Mattheüs ons verhaalt, verdorde, was er toch nog hoop voor Israël…er bleef
een heilige wortel over! Zoals de schepping “in hope echter” aan de vruchteloosheid onderworpen werd (Romeinen
8:20-21) zo kwam dit oordeel ook over Israël, maar “in hope echter”!
Menselijk gesproken leek het er op, dat het doek voor Israël voor altijd gevallen was, de vijgeboom was immers
verdord, of zoals Ezechiël 37:11 het zegt: “Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen; het is met ons
gedaan”. Toch weten we dat deze situatie niet definitief is, in de volgende studie komen we hier uitvoerig op
terug.

7. Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?
Het verdorren van de vijgeboom voltrok zich niet onopgemerkt.
• Allereerst lezen we over de verwoesting van Jeruzalem.
In Lucas 21:20 lezen we: “Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting
nabij is”. Het duurde nog geen veertig jaar, om precies te zijn 37 jaar, toen in het jaar 70 n.Chr. keizer Titus
kwam en Jeruzalem verwoestte. Deze verwoesting wordt door de Here Jezus verschillende keren aangekondigd. Met de
verwoesting van Jeruzalem ( de stad van de grote Koning) zien we, dat het koninschap voor Israël niet afgelast,
maar uitgesteld wordt!
• Ten tweede lezen we over de verwoesting van de Tempel.
Hiermee wordt de roeping van Israël tot priesters tot een later tijdstip uitgesteld. In Mattheüs 24:2 zegt de Here
Jezus over de tempel: “Er zal geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken”.
Toch weten we ook van de Here Jezus, dat Hij op de derde dag de tempel weer zou opbouwen. Dit zei Hij in de eerste
plaats over zijn lichaam, dat op de derde dag uit de dood zou opstaan, maar mijns inziens sprak Hij ook in de
toekomst over de uiteindelijke tempel, die Hij na tweeduizend jaar weer op zal bouwen.
• Verder lezen we, dat het volk verstrooid werd.
In Mattheüs 26:31 lezen we dat de schapen der kudde verstrooid zullen worden. (Zie ook Zacharia 13:7-9) Na de
verwoesting van Jeruzalem zijn de Joden in de diaspora terechtgekomen. Ze zijn naar alle landen onder de zon
verdreven. Op welke manier werden ze verdreven?
- rusteloos (Deuteronomium 28:64-68)
- als vloek onder de volken (Zacharia 8:13)
- gedeeltelijk verhard (Romeinen 11:25)
- zonder koning en eredienst (Hosea 3:4-5)
- met behoud van eigen identiteit (Numeri 23:9)
- met heimwee (Psalm 137:4-6)
- onder Gods wakend oog (Zacharia 2:8)
• Tenslotte zien we dat het land verwoest werd.
In Zacharia 7:14 lezen we: “Ik zal hen als een stormwind heendrijven naar allerlei volken die zij niet kennen en
achter hen zal het land verwoest worden, zodat niemand daarin heen en weer trekt. Aldus hebben zij het lieflijke
land tot een woestenij gemaakt”.
Het prachtige land, beschreven in Deuteronomium 8:7-10 werd volkomen verwoest. Toen de eerste Joden eind
achtienhonderd hun land terug vonden, was het een kaal, boomloos, door erosie geteisterd land. En zo verdorde de
vijgeboom.