- De Bijbel als maatstaf…

We leven in een samenleving die aan verandering onderhevig is. Helaas ontkomt de kerk daar ook niet aan.
Bij de ontwikkelingen binnen de kerk zal het onfeilbare, gezaghebbende Woord van God te allen tijd ons richtsnoer moeten zijn.

 - Verschillende dopen…

We komen in het Oude Testament de doop in de Joodse Mikwe tegen, een bad van zo'n 908 liter (5760 eierdopjes), waarin men zich om verschillende redenen moest wassen (dopen). We denken hierbij aan de reiniging van een vrouw na haar maandelijkse onreinheid, maar ook aan de priesterwijding als voorbereiding op hun dienst en de voorbereiding van de bruid op de bruiloft. (Efeziërs 5:25-27 en Titus 3:5)

We vinden in de Evangeliën de doop van Johannes de Doper…een doop van bekering  (belijdenis van zonden) als voorbereiding op de ontmoeting met de Messias. (Handelingen 19:3-5)

De Proselietendoop, waarbij niet-Joden tot het Jodendom gedoopt worden.

Verder komen we de Nieuw Testamentische doop tegen, een doop waartoe de Here Jezus vlak voor Zijn Hemelvaart opdracht aan zijn apostelen gaf.

- Taalkundig…

Van Daale schrijft in het uitgebreide woordenboek achter doop: "Dompeling, thans alleen als rituele handeling die de intrede in een geloofsgemeenschap symboliseert; in de christelijke kerk besprenkeling van het hoofd met water (vroeger gehele indompeling)"

Het Griekse woord baptizo betekent letterlijk onderdompelen en het woord baptismos  onderdompeling. Terwijl het woord rantizo sprenkelen betekent en in het Nieuwe Testament nooit in verband met het woord doop gebracht wordt.

In de Bijbel betekent het woordje dopen altijd onderdompelen, nergens komen we een ander vorm van dopen tegen.

In Leviticus 4:6 lezen we dat de priester zijn vinger in het bloed doopte en het bloed zeven maal sprenkelde voor Gods aangezicht. In 2 Koningen 5:14 lezen we in de S.V., dat Naäman zich zevenmaal doopte (in de N.B.G. vertaling: onderdompelde) in de Jordaan. Johannes doopte bij Enon omdat daar veel water was! (Johannes 3:23)

- Geschiedenis…

De kinderdoop vindt haar wortels niet in de Schrift.
Wanneer werd deze doop dan wel ingevoerd?

Justianus de martelaar schreef omstreeks 140 een verdedigingsgeschrift aan de Romeinse keizer Antonius Pius, waarin hij de christelijke geloofsleer verdedigde. Hij schreef niet over de kinderdoop, maar over de doop na de bekering.

De bekende kerkvader en schrijver Tertullianus schreef omstreeks 200 een geschrift waarin hij ernstige bezwaren aantekende tegen de opkomst van de kinderdoop.

Ondanks protesten werd in de synode van Carthago (251) de kinderdoop als regel vastgelegd. Onder de regering van keizer Constantijn de Grote was de kinderdoop de meest voorkomende doop in het toenmalige Christelijke rijk van Rome.

Augustinus nam de leer van de kinderdoop over en leerde, dat door de kinderdoop een kind van de erfzonde bevrijd wordt en dat men alleen door deze doop zalig kon worden. In 414 vaardigde het concilie onder voorzitterschap van Augustinus de volgende "liefdeblijk" uit: "Wij willen dat een ieder, die loochent dat jonge kinderen door de doop uit hun verloren toestand gered en eeuwig zalig worden, vervloekt zijn"!

Christenen die ondanks de dreigingen van de kerk toch vasthielden aan de Bijbelse doop op grond van bekering door onderdompeling werden veelal in de ban gedaan en bedreigd met inquisitie en brandstapel.

Het vasthouden aan de doop door onderdompeling op grond van bekering komen we tot 1200 nog wel steeds tegen. Zo is bekend dat de Friese koning Radbout zich omstreeks 700 op deze manier liet dopen.

Na 1200 vinden we met name, door de Romeinse invloed, de doop door onderdompeling niet meer terug. Pas vanaf 1521-1525 wordt voor het eerst weer de doop door onderdompeling toegepast. We denken hierbij onder andere aan de grondlegger van de mennonieten, Menno Simons.

De Reformatie bleef de doop door onderdompeling afwijzen en in het concilie van Trent werd hierin duidelijk stelling genomen.

Toch zien we de laatste eeuwen een enorme toename van gelovigen, die zich door de doop der onderdompeling laten dopen. In 1845 werden de eerste Baptisten in de Nijveense mond (bij Gasselternijveen) gedoopt, waarmee de Baptistenkerk ook op Nederlandse bodem gevestigd werd. In Engeland en Duitsland was de Baptistenkerk toen al sterk uitgebreid. 

- Vervangingsleer…

In het doopformulier staat, dat de doop in plaats van de besnijdenis gekomen is en dat men door de doop in het verbond, dat God met Abraham sloot, opgenomen wordt.

Daarmee is voor de kerk duidelijk geworden, dat de kerk de plaats van Israël als verbondsvolk ingenomen heeft en dat Israël als Gods volk afgedaan heeft. Zo heeft deze kinderdoop ook nog antisemitische trekjes gekregen.

De Bijbel maakt ons zonneklaar duidelijk, dat God ook vandaag nog steeds met zijn verbondsvolk Israël een toekomstig plan heeft. Juist in deze tijd, waarin we zien, dat de Here God de draad met Israël weer oppakt gaan ook steeds meer predikanten van gevestigde kerken inzien dat de doop der onderdompeling op grond van bekering Bijbels gezien bestaansrecht heeft.


- Bijbels model...

“Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd.” (Handelingen 2:41)

- Naar een Bijbels model

In 1 Timotheüs 3:15 wordt de gemeente met het “Huis van God” vergeleken. Een huis moet altijd volgens een bepaald bestek gebouwd worden, een bestek dat we in de Bijbel kunnen vinden.

Zoals Mozes de Tabernakel (het huis van God) naar het hemelse model, dat God hem toonde, moest bouwen (Exodus 25:8,9,40) en zich daarbij ook aan alle details hield, zo behoren wij zijn voorbeeld te volgen en op dezelfde wijze aan de gemeente te bouwen. Tegenwoordig hebben velen het bijbelse model voor de gemeente verlaten en zijn naar eigen ideeën te werk gegaan. Hierdoor zijn veel tradities de gemeente binnen geslopen die geen bijbelse grondslag hebben. Een gevolg hiervan is het grote misverstand over de doop.

De Here Jezus heeft aan de gemeente twee verordeningen gegeven, namelijk het Heilig Avondmaal en de Doop. De protestantse kerken noemen deze verordeningen “sacramenten” wat betekent: “Door Christus ingestelde handelingen, waardoor ons door bemiddeling van aardse tekenen, hemelse gaven gegeven worden.”.

Dit is echter niet juist! Er wordt ons in deze sacramenten niets gegeven. Ze zijn een beeld, een getuigenis, van iets dat al gegeven is, of van iets dat zich reeds voltrokken heeft.

Het zijn dus ook geen ”genade bemiddelende krachten”, zoals de Rooms Katholieke Kerk dit leert. (Latijn: Ex opere operato – concilie van Trente)

De Bijbel leert ons niet, dat we via deze sacramenten iets ontvangen maar dat we door gehoorzaamheid aan zijn inzettingen door Hem gezegend zullen worden.

- De instelling van de doop

De Here Jezus heeft de doop zelf ingesteld. Hij gaf voor zijn hemelvaart de opdracht: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vader en des Zoons en des Heilige Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.”. (Mattheüs 28:19)

- De Nieuwtestamentische praktijk van de doop.

- Op welke manier werd gedoopt?

In de Bijbel vinden we alleen de doop door onderdompeling. Ook in het Oude Testament komen we de doop door onderdompeling tegen. Wanneer Naäman van Elisa de opdracht krijgt om zich zeven maal in de Jordaan te dopen, dan zien we ook, dat hij zich daadwerkelijk zeven maal in de Jordaan onderdompelt. Dopen betekende voor Naäman kennelijk onderdompelen. (zie 2 Koningen 5:10-14 Staten Vertaling)

In het Nieuwe Testament wordt steeds het woord “Baptistzo” gebruikt, hetgeen letterlijk “onderdompelen” betekent. De doop der onderdompeling komen we dan ook veelvuldig in het Nieuwe Testament tegen.

“Johannes doopte te Enon bij Salim, omdat daar veel water was” (Johannes 3:23 ) Voor besprenkeling heb je niet veel water nodig!

  • “En terstond, toen Hij uit het water opsteeg…”(Marcus 1:9) We zien het voorbeeld van de Here Jezus Zelf, die zich door Johannes in de Jordaan liet dopen door onderdompeling.
  • “…beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem.”(Handelingen 8:38)

De vroege kerkgeschiedenis vermeldt ons, dat deze vorm van dopen gedurende de eerste drie eeuwen van de kerk gehandhaafd werd.
Pas na de bekering van de Romeinse keizer Constantijn de Grote, waarmee een einde kwam aan de christenvervolgingen, ging men geleidelijk over tot de doop der besprenkeling.
De christenen werden nu niet meer vervolgd, ze werden juist met respect behandeld, zodat het vele voordelen met zich meebracht om christen te worden.
U begrijpt wel dat dit leidde tot een uitholling van het christendom. Iedereen die in het christelijke rijk van Constantijn de Grote geboren werd was door zijn geboorte automatisch een christen en behoorde dan ook gedoopt te worden.

Hiermee ontstond de massale zuigelingendoop met daaropvolgend, om gezondheidsredenen voor de zuigelingen, de besprenkeling.
In de fundamenten van de oude kerken zijn nog steeds de doopvonten terug te vinden die gebruikt werden vóór bovenstaande ontwikkeling.
Het gaat hier om een doopvont in de vorm van een kruis, waarbij in de beide dwarsbalken trappen aangebracht zijn.
Bij de doop werd het kruis, dat in de rotsen uitgehouwen was, vol water gezet, waarin de dopeling via de ene trap in het kruis afdaalde om vervolgens gedoopt te worden en via de andere dwarsbalk het kruis te verlaten.
Een prachtig mooi beeld waarin aangegeven wordt dat we met Christus gekruisigd en opgestaan zijn.

Toen het symbool van de doop vervangen werd door de besprenkeling, is ook de betekenis van de doop veranderd.

Door het symbool van de doop door onderdompeling laat de dopeling zien met Christus begraven en in nieuwheid des levens opgestaan te zijn.
In Romeinen 6:4,5 wordt aan de doop deze betekenis gegeven: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn aan zijn opstanding.”.

Niet in de besprenkeling maar juist in de doop der onderdompeling wordt deze gebeurtenis zichtbaar gemaakt. Door verandering van dit symbool is de betekenis van de doop ook veranderd. Omdat men meent dat de kerk de plaats van Israël ingenomen heeft wordt de doop nu gezien als de besnijdenis en toetreding tot de kerk, Gods huidige verbondsvolk, waarbij niet alleen de jongetjes maar ook de meisjes besneden (gedoopt) worden.

- Wanneer werd gedoopt?

Ook de volgorde van dopen vinden we in Gods Woord terug. “Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden.” (Marcus 16:16)
In Handelingen 2:38 lezen we: “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen.” Het antwoord van Filippus aan de kamerling uit Ethiopië op de vraag om gedoopt te worden was heel duidelijk: “Indien gij van ganser harte gelooft is het geoorloofd.” (Handelingen 8:36-38)

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt duidelijk dat de doop door het geloof voorafgegaan werd.
De zuigelingendoop kan ook niet gerechtvaardigd worden uit de geschiedenis die we in Handelingen 16:31-33 tegenkomen, waarbij we lezen dat de gevangenbewaarder van Filippi zich, met zijn gehele huis, liet dopen.
Ook hier hebben we eerst te maken met de verkondiging van Gods Woord, het geloof in de Here Jezus met daaropvolgend het besluit om zich te laten dopen.

De uitdrukking “zijn gehele huis” wil nog niet zeggen, dat er zuigelingen bij behoorden. Ook de slaven en dienstknechten behoorden bij zijn huis. Een vermoeden dat bij “zijn gehele huis” ook zuigelingen aanwezig waren vormt een hele zwakke basis voor de praktijk van de zuigelingendoop.

- De betekenis van de doop

In 1 Petrus 3:18-22 wordt de doop vergeleken met de redding van Noach en zijn gezin tijdens de zondvloed. Zoals Noach in de ark door het water heen gered werd, zo is de doop een beeld van de redding in Christus door het water (een symbool van de dood) heen.

De doop spreekt van het sterven en begraven worden met Christus om daarna met Christus in een nieuw leven op te staan.
Men laat uiterlijk zien, wat zich door het geloof reeds innerlijk voltrokken heeft. Verder laat 1 Petrus 3:21 ons zien, dat de doop “een bede is van een goed geweten tot God”.
Dit heeft met gehoorzaamheid aan God te maken.
Er is hierbij geen sprake van de zogenaamde ”wederdoop” want er is maar één doop.
Men is besprenkeld of gedoopt, maar niet twee keer gedoopt.

 

- Bijbelse opdracht…
         Matth. 28:19 discipelschap en doop
         Marc. 16:16 geloven en dopen

-  Bijbelse praktijk…
         Hand. 2:41 Het Woord aanvaarden, dopen en toevoegen.
         Hand. 8:12 Samaritanen kwamen tot geloof en lieten zich dopen.
         Hand. 8:36-37 De kamerling geloofde en liet zich dopen.
         Hand. 9:18 Paulus werd gedoopt.
         Hand. 10:47-48 Cornelius werd gedoopt.
         Hand. 16:33 De gevangenbewaarder kwam tot geloof en liet zich dopen.
         Hand. 18:8 Corinthiërs kwamen tot geloof en lieten zich dopen
         Hand. 19:5 Efeziërs kwamen tot geloof en lieten zich dopen
         Hand. 22:16 "En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen…" 


Bijbelse betekenis…
       Romeinen 6:3-5
We worden in zijn dood gedoopt.
Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood.
Wij worden, gelijk Christus, uit de doden opgewekt.
In de doop zijn we één plant met Hem.

      Colossenzen 2:11-14
Een besnijdenis die geen werk van mensen handen is.
Het afleggen van het lichaam des vlezes.
Met Hem begraven in de doop.
Met Hem opgewekt.


       1 Petrus 3:18
Acht zielen door het water heen gered.
Als tegenbeeld redt u thans de doop.
Een bede van een goed geweten tot God.


-
Wat de doop niet betekent…
Door de doop worden we niet gered.
Door de doop worden we niet lid van de gemeente van Christus. (1Cor. 2:13)
De doop is niet hetzelfde als de Geestesdoop. (Hand. 10:44-48)

-  Bijbelse gehoorzaamheid…
"Wat Hij u ook zegt, doet dat!" (Joh. 2:6)
"Wanneer gij Mij lief hebt, zult gij mijn geboden bewaren". (Joh. 14:15)


Ik ben als kind gedoopt…wat nu?

Spraakverwarring…
Waarom laten ouders hun kinderen dopen?
Uit dankbaarheid.
Het kind wordt de gemeente binnengebracht.
Om Gods zegen te vragen voor het kind.
Om de Here te beloven, het kind een christelijke opvoeding te geven.
Om te laten zien dat we Gods hulp bij de opvoeding nodig hebben.
Om het kind te laten opnemen in het verbond.
Om het kind van zonde te reinigen.
De Here nodigt de kinderen Zelf uit. (Marc. 10:13-16)
De kinderen zijn in de ouders geheiligd (1 Cor. 7:14)
Er is maar één doop…(Ef. 4:4-5) 

- Kinderzegening…

De Here Jezus werd door zijn ouders aan de Here voorgesteld. (Luc. 2:22)
Hij en zijn ouders werden door Simeon gezegend.


- Het voorbeeld van Berea en Efeze…

De broeders van Berea gingen de Schriften na of deze, voor hen nieuwe dingen, wel waar waren. (Hand. 17:11)
De discipelen in Efeze lieten zich dopen. (Hand. 19:2-5) 

- Bevestigingsdoop…
Het gaat niet om overdopen of herdopen maar om een andere doop.
De kinderdoop is niet waardeloos maar onvoldoende, onvolledig.
De geloofsdoop door onderdompeling pas niet in de kerkorde en de verbondstheologie en wordt daarom afgewezen.
Steeds meer leden binnen de Hervormde en Gereformeerde kerken pleiten voor een zgn. "bevestigingsdoop", een doop als getuigenis van een geestelijke vernieuwing die men meegemaakt heeft. 


- Een beslissing

 Argumenten en tegenargumenten zullen nooit ophouden, totdat men heel eenvoudig zich wil buigen onder het gezag van Gods Woord.
 "En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen…" (Hand. 22:16)

 

  'Dopen in de kerk'
Dopen is diep doen ondergaan, dopen is diep de dood ingaan.
Dopen is nacht, is blinde schrik - nimmer gedacht: zo dood ben ik.

Dopen is nat met handen, hol scheppen - een bad, een grafkuil vol.

Dopen is dág, is moederschoot - kom maar en lach, je bent niet dood!

Dopen is droog aan land doen gaan - trek voor Gods oog het feestkleed aan!

Dopen is diep, is de Jordaan open en niet meer dicht zien gaan!

         André Troost

Uit: "De wind van voren"