Jaargang 29 nr. 286 februari 2018thniemeijer

History

"Het gehele volk kwam en begon met het werk aan het huis van de HERE der Heerscharen" (Haggaï 1 vs. 14)

Na de zeventigjarige ballingschap van Israël in Babel kreeg Gods volk in 538 v. Chr. van koning Kores de toestemming om terug te gaan naar hun eigen land om daar een huis voor de God van Israël te bouwen (Ezra 1 vs. 1-4). Met 42360 (2 vs. 64) mannen en vrouwen trokken ze op naar Jeruzalem om daar de tempel te gaan herbouwen. Als eerste herbouwden zij het altaar, brachten offers voor de Here en vierden het Loofhuttenfeest. Daarna legden zij het fundament voor het te bouwen huis, waarbij sommigen teleurgesteld waren en het maar veel te klein vonden, terwijl anderen juist erg dankbaar waren.

In Ezra 4 lees je echter over tegenstanders die het werk dwars zaten. Laat het duidelijk zijn dat de vijand niet stilzit, wanneer we voor de Here gaan werken.

De tegenstanders wilden zich eerst bij hen aansluiten om samen met hen te bouwen. We hebben hier te maken met een soort vermenging, een tactiek die de satan maar al te graag gebruikt om het werk van de Here ten gronde te richten.

Vervolgens beginnen de tegenstanders het volk te ontmoedigen, en ook dat zul je heel vaak meemaken wanneer je de Here gaat dienen! De ontmoedigingen komen lang niet altijd van buitenaf, juist de mensen waarvan je het niet verwacht, kunnen je soms behoorlijk ontmoedigen!

Verder lezen we over bedreiging, waardoor het volk afgeschrikt werd om nog verder te bouwen. Ook probeerden de tegenstanders het volk om te kopen om zo met andere dingen bezig te zijn, en vooral niet met de bouw van Gods huis! Tenslotte lezen we dat de tegenstanders het volk Israël aanklaagden toen koning Kores opgevolgd werd door koning Ahasveros. Zo nam de druk voor het volk toe waardoor het besloot de werkzaamheden neer te leggen.

Dit jaar hebben we voor het thema 'Geloof werkt' gekozen. Wat is het belangrijk om samen aan het werk te gaan voor Gods huis, zijn gemeente. Mocht het al een hele toer zijn het werk op te pakken, nog veel moeilijker is het om ondanks alle tegenstand die je zult ervaren ook nog vol te houden!

In Ezra 4 vs. 24 lezen we dat het werk onder de druk van de tegenstanders stil kwam te liggen en zelfs gestaakt werd!

Achttien jaar heeft het werk stil gelegen en hebben de Israëlieten alleen nog maar aan hun eigen huizen gebouwd en dat, terwijl Gods huis er verwoest bij lag.

De profeet Haggaï riep Gods volk op om niet langer meer voor hun eigen huizen te draven, maar juist nu het huis van God te herbouwen. Met deze woorden bemoedigde Haggaï het volk om (weer) aan het werk te gaan.

Haggaï vertelde het volk dat de toekomstige heerlijkheid van het huis dat ze aan het bouwen waren veel groter zal zijn de heerlijkheid van de tempel ten tijde van Salomo. Ook wij

bouwen aan het huis waarvan de toekomstige heerlijkheid vele malen groter zal zijn dan het huis dat we nu voor ogen hebben. Mogen we je oproepen om juist nu mee te helpen aan de bouw van God huis op aarde, de plaats waar Hij zijn heil zal geven. Wat zou het geweldig zijn wanneer De Schuilplaats ook zo'n plaats mag zijn waar Hij zijn heil wil geven! Geloven en werken gaan hand in hand. Mag Hij uw geloof dan ook omzetten in werken om zo samen aan de slag te gaan!