Ik weet dat mijn (ver)Losser leeft! (Job 19 vs. 25)thniemeijer

Bovenstaande woorden roept Job uit vanuit de meest vreselijke situatie die we ons voor kunnen stellen. Job was letterlijk alles kwijt geraakt: zijn bezittingen, kinderen en gezondheid. De enige die hij nog overhad, was zijn vrouw die hem aanraadde God vaarwel te zeggen en te sterven. Daarnaast nog drie vrienden die hem niet begrepen en hem met hun 'troostende woorden' alleen nog maar meer pijn deden en tenslotte nog een potscherf om er zijn jeukend en zwerend lichaam mee te krabben! Meer had Job niet. Zijn vrienden bedoelden het wel goed maar sloegen de plank totaal mis. Ze dachten dat Job gezondigd had en God hem daarvoor kastijdde. Job beriep zich echter op 'Zijn Getuige in de hemel en op zijn Pleitbezorger in den hoge' (16 vs. 19), maar ze geloofden hem niet. De drie vrienden bleven volhouden dat, wanneer Job zijn zonden zou belijden, de Here hem ook weer zou genezen en hem alles terug zou geven wat hij verloren had. Gedurende het gehele lijden hield Job vast aan zijn eerder gedane uitspraken: 'De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Here zij geloofd' (1 vs. 21) en later: 'Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?' (2 vs. 10). Hierna lezen we: 'In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet'.

Het lijden van Job doet ons ook denken aan het onschuldig lijden van de Here Jezus. Volkomen onschuldig heeft Hij al het lijden doorstaan, zowel lichamelijk, psychisch als geestelijk. Ook toen zeiden de mensen dat Hij op God moest vertrouwen en was er veel onbegrip rond zijn lijden. Voorbijgangers lasterden Hem, anderen spotten met Hem en weer anderen schudden hun hoofd. Net zoals bij Job, was de Here Jezus ook door velen onbegrepen en verworpen.

Niet alleen de Here Jezus, maar ook het volk Israël heeft veel moeten lijden, waarbij ook van alle kanten veel onbegrip aanwezig was. Zelfs van de kant van het christendom bestond ten aanzien van het lijden van Israël veel onbegrip. Ook vandaag halen nog steeds veel christenen hun schouders op, wanneer Israël te maken krijgt met toenemende haat en antisemitisme! Zo vinden we in dit lijden van Job ook het lijden van de Messias en het lijden van het Messiaanse volk terug.

Vóór zijn bekende uitroep: 'Ik weet, dat mijn (ver)Losser leeft', zegt Job: 'Och, of mijn woorden toch werden opgeschreven, och, of zij kwamen in een boek, met een ijzeren stift in lood werden gegrift, voor eeuwig gehouwen in een rots!' (19 vs. 23-24). Het gaat hier dus om woorden, die in ons leven, ons hart, gegrift moeten zijn: 'Ik weet, dat mijn (ver)Losser leeft'! De vertalingen zijn het er niet helemaal over eens of het nu Verlosser of Losser moet zijn. Beide zijn erg mooi. Als Losser draagt Hij de verantwoordelijkheid over ons leven en weten we, dat Hij ons in het jubeljaar (vijftigste jaar) zal loskopen van de slavernij, armoede en ons alles terug zal geven wat we

kwijtgeraakt zijn. De Losser van Job heeft Hem dan ook uiteindelijk alles teruggegeven wat hem afgenomen werd, ja zelfs nog veel meer! De Losser is echter ook de Verlosser, die ons bevrijdt uit de macht van de dood en ons eeuwig leven geeft. Zo zegt Job hierover: 'dat zijn 'stof' weer op zal staan en zijn eigen ogen Hem zullen zien, waarnaar zijn binnenste van verlangen smacht' (19 vs. 25-27).

De woorden van Job zullen met Pasen weer in vele gemeenten klinken. Wat geweldig, dat Hij onze Losser is, die de verantwoordelijkheid over ons heeft en alles teruggeeft wat we kwijtgeraakt zijn, maar ook dat Hij onze Verlosser is die ons van de zonde en dood verlost en ons eeuwig leven geeft.

In welke situatie we ook mogen komen, hoe diep we ook kunnen gaan en hoe uitzichtloos ons leven is, met Job mogen we het uitjubelen:

Ik weet, dat mijn Verlosser leeft, dit is het wat mij troost hier geeft, Hij leeft, Die voor mij stierf.

Hij leeft! Dit maakt mij altijd blij. Hij leeft! Mijn Heiland, Die voor mij, een levenskroon verwierf.

(113 Joh. de Heer)

Met een hartelijke groet van uw voorganger,

Th. Niemeijer