Themaposter2017-2018.jpg

 ELIM Inzamel data !  

  - 11 feb 2018 

  - 11 mrt 2018

  -  8 apr 2018  

 

 

Jaargang 29 nr. 285 december 2017/januari 2018thniemeijer

History

'Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven' (Mattheüs 1 vs. 21).

Nadat Maria drie maanden, na haar plotseling vertrek naar haar tante Elisabeth, weer terugkeerde, ontdekte Jozef dat zijn verloofde zwanger geworden was. Waar had Maria in deze drie maanden uitgehangen, wie had ze ontmoet en op wie was ze verliefd geworden? Begrijpelijke gedachten die door het hoofd van Jozef spookten. Wie zou het verhaal van Maria kunnen geloven dat ze zonder tussenkomst van een man zwanger geworden was? Niemand toch? Geen enkel argument of bewijs zou Jozef kunnen overtuigen. God Zelf moest ingrijpen om Jozef duidelijk te maken dat Maria de waarheid sprak.

In een droom verschijnt de engel des Heren aan Jozef en legt hem uit wat er nu in werkelijkheid gebeurd is: "De Heilige Geest heeft in Maria een kind verwekt, je hoeft je dus niet te

schamen en dus ook niet te aarzelen om Maria tot vrouw te nemen", luidde de woorden van de engel.

Wat een groot wonder dat de Here Jezus zowel de Zoon des mensen, als de Zoon van God was. Als Zoon des mensen ontving Hij een menselijk lichaam, dat Hij als offer voor de zonden van alle mensen aan het kruis gebracht heeft. Als Zoon van God was Hij zonder zonden, waardoor Hij de enige was die zo'n volmaakt offer kon brengen. Hij, die zowel God als mens was, bracht God en mens weer bij elkaar.

Zo werden Jozef en Maria in Gods heilsplan ingeschakeld. Maria zou het Kind baren, en Jozef zou Hem de naam Jezus geven. We denken dan al gauw dat Maria wel heel wat meer werk moest verzetten dan Jozef! Een kind baren of een naam geven is toch wel een heel verschil! Natuurlijk heeft u gelijk, maar laten we niet vergeten, dat Jozef na de boodschap van de engel wel zijn verantwoordelijkheid op zich nam. We lezen in Mattheüs 1 vs. 24-25 dat Jozef inderdaad Maria als zijn vrouw tot zich nam, maar geen gemeenschap met haar had voordat zij de Here Jezus gebaard had. We lezen dat Jozef, zoals hem opgedragen was, Hem op de achtste dag, waarop de Here Jezus besneden werd, de naam 'Jezus' gaf, hoewel de naam Jakob (de vader van Jozef) of de naam Eli (de vader van Maria) veel meer voor de hand lag! Interessant is het dat ook al eerder aan Maria gezegd werd om Hem de naam Jezus te geven (Lukas 1 vs. 31). Wat zal dit voor Jozef en Maria een bevestiging geweest zijn dat ze, onafhankelijk van elkaar, de opdracht gekregen hebben om hun zoon de naam Jezus te geven!

Ook zien we de verantwoordelijkheid van Jozef om veertig dagen na zijn geboorte het Kind naar Jeruzalem te brengen om Hem aan de Here voor te stellen en een offer voor Hem te brengen om Hem, zoals bij alle Joodse eerstgeborenen behoorde, 'los te kopen'.

Na het bezoek van de wijzen uit het Oosten zien we hoe Jozef ook weer actie onderneemt om, na de waarschuwing van een engel, met moeder en Kind naar Egypte te vluchten.

Zo zien we in deze prachtige kerstgeschiedenis hoe Jozef en Maria samen door God ingeschakeld werden om zijn verlossingswerk ten uitvoer te brengen.

Maria stelde zich ten dienste van de Here met de woorden: "Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw Woord" (Lukas 1 vs. 38), waarmee zij zich volkomen overgaf aan Gods plan met haar leven. Zo stelde ook Jozef zich ten dienste van de Here God en gehoorzaamde Hem in alles.

Mijn gebed is dat de houding van Jozef en Maria voor ons inspirerend is en wij hun voorbeeld gaan volgen, zodat de Here zijn werk ook in ons leven kan doen. Alleen dan gaat het geloof in ons leven werken en zal Hij zijn gemeente ook door ons heen bouwen.